Zowel de ouders als de school hechten steeds meer belang aan
het ontwikkelen van sociale vaardigheden bij kinderen. Het vaardig met elkaar omgaan
krijgt meer maatschappelijke weerklank op school, in het bedrijfsleven, thuis. De sociale
vaardigheden worden aangeleerd aan de hand van concrete en levensechte situaties. Voor
kinderen tussen 5 en 13 jaar."Groeipijnen in sociaal contact" heeft een lange
voorgeschiedenis. Vanuit het begeleiden van kinderen met sociale vaardigheidstekorten is
er een pakket ontwikkeld om kinderen te trainen in het vaardig worden. Door de ouders van
deze kinderen intens te betrekken bij deze training groeide het besef dat ook ouders nood
hebben aan een aantal concrete tips.
Enkele jaren geleden kwam er een vraag van de St-Jozefschool uit St-Jans-Molenbeek om
samen met de leerkrachten een praktisch pakket uit te werken omtrent sociale vaardigheden.
Dit pakket groeide uit tot een bundel van ongeveer 600 bladzijden. Dit materiaal wordt nog
steeds gebruikt op deze school. Niet alleen deze school integreerde het materiaal in zijn
werking, maar ook andere scholen toonden interesse.
Deze voorgeschiedenis maakt dat "groeipijnen in sociaal contact" reeds vele
toetsingen van leerkrachten, ouders en kinderen heeft doorstaan.
De praktische toepassingen zijn verwerkt in een viertal hoofdstukken en worden
voorafgegaan door enkele theoretische beschouwingen.
Eerst wordt het verband gelegd tussen sociale vaardigheden en vaardigheden. Het leren
fietsen gaat bij de meeste kinderen gepaard met vallen en opstaan. Ook in sociaal contact
zijn er vaak groeipijnen.
Daarna wordt er een kader voorgesteld omtrent sociale vaardigheden. Tijdens de
ontwikkeling leert elk kind omgaan met andere mensen. Deze mensen zijn in de eerste plaats
de ouders, maar ook broers, zussen, leeftijdsgenoten, de leerkracht, de onthaalmoeder
beïnvloeden het leerproces. De relatie tussen sociale vaardigheden en opvoeding, tussen
sociale vaardigheden en de omgangsvormen op school wordt uitgewerkt. Zowel ouders,
leerkrachten als andere volwassenen hebben een voorbeeldfunctie voor kinderen. Hun manier
van omgaan met anderen is voor kinderen een model.
Om te komen tot sociaal vaardig gedrag moet er aan een aantal voorwaarden worden voldaan.
De gevoelens en het denken van een kind bepalen sterk hoe hij zich gedraagt. Maar er wordt
ook aandacht besteed aan de waarneming, het zelfbeeld, het communicatieproces, het
probleemoplossend denken (de vier stappen van Meichenbaum aan, beter gekend als de methode
van de vier beren). Deze stappen worden in het verder uitgewerkt tot een programma
waarbij kinderen werken rond sociale vaardigheden. Kinderen leren keuzes maken in het
omgaan met andere mensen.
Een tweede praktische reeks is een gedragsreeks. De oefeningen proberen de kinderen een
aantal gedragingen bij te brengen die noodzakelijk zijn in het sociaal contact. Het lijkt
zeer evident dat een kind zich weerbaar opstelt, maar hoe kan een kind leren opkomen voor
zichzelf?
Een aantal specifieke oefeningen omtrent waarneming, zelfbeeld, emoties en sociale
cognitie worden eveneeens uitgewerkt.
Omdat "groeipijnen in sociaal contact" zich richt naar school en ouders wordt in
het laatste hoofdstuk de communicatie tussen deze twee systemen bekeken. Hoe gaan
leerkrachten en ouders met elkaar om?